
Er ligt tussen Dinkel en Regge een land,
ons schone en nijvere Twente.
Het land van de arbeid het land der natuur,
het steeds onvolprezene Twente.
Daar golft op de essen het goudgele graan,
doet 't snelvlietend beekje het molenrad gaan.
Daar ligt er de heide in 't paarsrode kleed,
dat is ons zo dierbare Twente (2x).